Loonse zeisen

In mijn boek heb ik over de zeisen op Bruegels Korenoogst en Hooioogst uit de reeks Twelf maanden het volgende geschreven:

 

“Bruegels taal was er uiteraard vooral een van beelden. Het is dan ook logisch dat zijn voorstellingen van landschappen, gebouwen, voorwerpen zoals landbouwvoertuigen en -gereedschappen in het debat over zijn afkomst aan bod gekomen zijn. Zo heeft de volkskundige Jan Theuwissen erop gewezen dat de graanoogst in de Loonse Kempen met de zeis gebeurde terwijl dit in andere streken van de Nederlanden meestal gebeurde met sikkel en haak.[1] Bruegels ‘De korenoogst’ toont boeren die hun graan oogsten met een zeis.[2] Ook de kar op Bruegels ‘Volkstelling te Bethlehem’ [3] zou volgens Theuwissen sterk gelijken op een type van de Loonse Kempen.[4] Claessens en Rousseau menen dat het werk van de schilder een ‘verbazende kennis van het leven, het werk, de gebruiken, de houdingen en de klederdracht van de boeren onthult, een kennis die veel verder gaat dan die welke hij zich tijdens gewone bezoeken aan het platteland zou kunnen opdoen hebben’.[5] Zij wijzen er ook op dat meerdere werken die Bruegel schilderde in 1567 en 1568 van weemoed naar zijn jeugd lijken te getuigen en aangeven dat hij zijn einde voorvoelde.[6] Het verloren geraakte origineel van het ‘Bezoek aan de pachthoeve’ zou dateren uit 1567. In ‘De Misantroop’, ‘De Nestenrover[7] en ‘De Kwade schaper[8] uit 1568 zien zij ‘Limburgse landschappen’. Wij vermelden deze argumenten hier volledigheidshalve, maar zijn het eens met Huet: deze beelden zeggen niet noodzakelijk iets over zijn plaats van herkomst. Hij kan ze eender waar en op eender welk tijdstip in zijn leven waargenomen hebben om ze vervolgens weer te geven in zijn werken.[9] Ze vormen dus geen bewijs. Hoogstens kan gesteld worden dat ze wel in lijn liggen van wat hoger beargumenteerd is.”

Hooioogst, 1565, Paleis Lobkowicz, Praag - detail

Voortschrijdend inzicht leidde tot de vraag: “Waarom zou Bruegel, als hij geboren en getogen Brabander was en er het grootste deel van zijn leven woonde en werkte, voor zijn schilderij van de korenoogst de zeis uit de Loonse Kempen kiezen als in het overgrote deel van de Lage Landen, meer bepaald in Brabant (inclusief Noord-Brabant in Nederland) en Vlaanderen, de hooi- en graanoogst overwegend gebeurde met haak en pik/sikkel?”

Korenoogst, 1565, Metropolitan Museum New York - detail

Prof. Jan Theuwissen,°1933 – †2017,  volkskundige

Dat dit zo was blijkt uit onderzoek van wijlen professor Jan Theuwissen en deze door hem gepubliceerde kaart.

Bron: Jan Theuwissen, Where Pieter Bruegel was born, and why it was there, Toplore Stories and songs, Wissenschaftlicher Verlag Trier, 2006

De prent Noordbrabantsch dorpsleven illustreert de uitkomst van het onderzoek van Theuwissen.

Korenoogst met haak en sikkel ©Tilburg University

Grondige bestudering van Bruegels Twelf maanden en latere werken wijzen erop dat deze nog meer verwijzingen naar zijn bakermat, de Loonse Kempen, bevatten, maar daarover later meer.

[1] Leen Huet, Bruegel, de biografie, 2016, 64; Nils Büttner, Bruegel, schilder van boeren en heiligen, 2019,  102 met verwijzing naar Jan Theuwissen in Catteeuw, Top ed., Toplore: stories  and songs, 2006

[2] De korenoogst, Metropolitan Museum of Art, New York

[3] De volkstelling te Bethlehem, KMSK, Brussel

[4] Jan Theuwissen, Het landbouwvoertuig in de etnografie van de Kempen, Standaard wetenschappelijke uitgeverij, Antwerpen-Utrecht, 1969, 41

[5] Bob Claessens en Jeanne Rousseau, Onze Bruegel,  133

[6] Bob Claessens en Jeanne Rousseau, o.c.,  173-174

[7] De nestenrover, Kunsthistorisches Museum, Wenen

[8] De kwade schaper, geschilderd door navolger van Bruegel naar een verloren gegaan origineel uit 1568, Museum of art, Philadelphia

[9] Leen Huet, o.c., l.c.