- Plea for Bruegel
- Posts
- Hazenjacht op Mont Trokay (Trockai/Trokai)
Hazenjacht op Mont Trokay (Trockai/Trokai)
De locatie van De Hazenjacht: Au Trokay, tussen chateau Chokier en chateau d'Aigremont

Bruegel, pentekening De hazenjacht, 1560, KBR Prentenkabinet Brussel
In mijn post van 1 oktober 2025 op deze website Bruegels spreekwoorden: Vlaams? Luiks? Diets? Of Belgisch? kunt u lezen dat Bruegels schilderijen Vlaamse spreekwoorden en De zelfmoord van Saul en zijn tekening De hazenjacht in de omgeving van het kasteel van Chokier moeten gesitueerd worden.
Op 10 november 2025 en 2 maart 2026 herbezocht ik Chokier met de bedoeling de locatie te vinden waar Bruegel zijn tekening De hazenjacht heeft gemaakt. Ik vond de locatie en maakte er een fotoreportage. Onderstaande foto toont de Maas met linksboven op de rots van Iohy (de toren van) het kasteel van Chokier en rechtsonder de toren Dame Palate. Van het kasteel is door de bebossing na Bruegels tijd enkel het bovenste gedeelte van een toren zichtbaar. Ook het zicht op de toren Dame Palate is door de begroeiing enigszins belemmerd.

Zicht op chateau Chokier (linksboven) en Tour Dame Palate (rechtsonder) - Foto Luc Savelkoul 2 maart 2026

Zicht op chateau Chokier (ingezoomd) - Foto Luc Savelkoul 2 maart 2026
De bovenste verdieping en het dak van de Tour Dame Palate zijn zichtbaar op Bruegels tekening en dit gebouw bestaat nog steeds.

Bruegel, De hazenjacht, 1560 – detail Tour Dame Palate. Let op de uitbouw van de traptoren en vergelijk met de foto’s

Tour Dame Palate - Foto Luc Savelkoul, 10 november 2025

Zicht op de Maas en de Tour Dame Palate van op wijndomein Dame Palate - Foto Luc Savelkoul, 10 november 2025
Op de tekening van Bruegel is rechtsonder ook een gebouw te zien dat wel erg sterk gelijkt op dat van de Vlaamse spreekwoorden. Dit gebouw is verdwenen. Mogelijk bevond het zich op het tracé van de spoorlijn die langs de Maas werd aangelegd in de 19de eeuw.

Bruegel, De hazenjacht, 1560 – detail. Tour Dame Palate en gebouw van de Vlaamse spreekwoorden.
De combinatie van de drie gebouwen, het kasteel, de toren en het verdwenen gebouw, met het landschap en de Maas sluiten uit dat de pentekening van Bruegel door zuiver toeval gelijkenis vertoont met Chokier. De Hazenjacht is een waarheidsgetrouwe tekening van Chokier en Trokay.

Zicht op de Maas, met links de Tour Dame Palate en de wijk Trokay waar in Bruegels tijd zich het gebouw van de Vlaamse spreekwoorden bevond. Foto Luc Savelkoul 2 maart 2026

Tour Dame Palate in Chokier. Foto Luc Savelkoul 10 november 2025

Tour Dame Palate in Chokier. Foto Luc Savelkoul 10 november 2025

Tour Dame Palate in Chokier - Foto Luc Savelkoul 10 november 2025

Boom nabij de plaats waar Bruegel stond om zijn tekening te maken. Foto Luc Savelkoul 10 november 2025
De insnijding tussen de kalkrots Mont Iohy met het kasteel van Chokier en de hoogte van Trokay/La Crâne is zichtbaar op Bruegels tekening en op de Ferrariskaart van 1771-1777.

Ferrariskaart 1771-1777, de kloof tussen Mont Trokay en Mont Iohy, de kalkrots waarop het kasteel van Chokier staat, is duidelijk afgebakend.
La tour Dame Palate of la Polarde (in het Waals: al toûr dame Palâte) is gelegen in de wijk Trokay nabij het kasteel van Chokier. In oude geschriften staat hij ook vermeld als Thour Madame Pollard. Tegenwoordig is het gebied bekend als Vignoble des coteaux de Dame Palate. De toren staat in de buurt van een oude boerderij die vroeger wijngaarden exploiteerde.
In Chokier waren er in 1682 twaalf wijngaarden. De helft van de bevolking verbouwde druiven en bracht deze naar de gemeenschappelijke wijnpers. Deze oude wijnbouwtraditie verdween tijdens de industriële revolutie. In 1977 besloot Raymond Godin, een staalarbeider, om opnieuw wijnstokken aan te planten op de hellingen van Dame Palate (meer informatie op: Les coteaux Dame Palate — Commune de Flémalle).
Dame Palate leefde in het begin van de 15e eeuw. Haar echtgenoot Henri Polarde liet haar onder andere de wachttoren na, die vandaag nog steeds te zien is, en een wijngaard. In de loop der tijd werd de naam Polarde veranderd in Palate. Aangenomen wordt dat de wijnstok al voor de komst van de mens op aarde bestond en 130 miljoen jaar geleden al in onze contreien groeide, maar de eerste sporen van wilde druiven zijn gevonden in fossielen van 60 miljoen jaar oud.
De wijnbouw is pas enkele millennia geleden echt begonnen, omdat de wijnstok toen (-6000 v.Chr.) hermafrodiet werd, wat de teelt en verspreiding ervan vergemakkelijkte. Hoewel de productie van wijn enigszins het resultaat was van toeval, is de geschiedenis van de wijn nauw verbonden met die van de mens en onze beschaving.
Vroeger was het water uit putten of rivieren vaak verontreinigd en een bron van epidemieën. Men gebruikte daarom gegiste dranken om zich te verzekeren van vloeistoffen die vrij waren van ziekteverwekkende kiemen, omdat men had opgemerkt dat gist de werking had om vloeistoffen te zuiveren.
De Etrusken en de Grieken importeerden al wijn naar Gallië in de 7e eeuw v.Chr. Het duurde echter tot de 3e eeuw v.Chr. voordat de Romeinen wijn naar ons land importeerden.
Volgens Caesar stonden de Belgen, en met name de Nerviërs tussen de Schelde en de Dijle, namelijk niet toe dat wijn en alles wat het hart verzachtte, bij hen werd geïmporteerd, en dat zou een van de oorzaken zijn van hun beroemde moed.
“Caesar informeerde naar het karakter en de gewoonten van dit volk (de Belgen). Hij vernam dat handelaren geen toegang tot hen hadden en dat zij de invoer van wijn en andere luxeproducten in hun land absoluut verboden, omdat zij deze producten geschikt achtten om de zielen te verzachten en de moed te verzwakken.” (De Bello Gallico, II)
Dit in tegenstelling tot de rest van Gallië, waar wijn zeer gewaardeerd werd.
Tijdens de vroege middeleeuwen moet de bodem van Chokier uiterst ongeschikt zijn geweest voor de teelt van graan, wat bijna uitsluitend de bezigheid was van de plattelandsbevolking. In die periode was België, net als Noord-Frankrijk, een wijnbouwgebied. Het klimaat in deze regio's was warmer dan vandaag en gunstig voor de wijnbouw. De vorming van het dorp lijkt dus te zijn begonnen in de 11e eeuw, dankzij de mogelijkheden die toen werden geboden om grond die duidelijk ongeschikt was voor de graanteelt om te vormen tot wijngaarden.
In die tijd raakte het christendom steeds meer ingeburgerd in het Maasland en bij de viering van de mis werd wijn gedronken. Om aan wijn te komen, plantten bisschoppen en monniken wijngaarden in de buurt van hun kerken en abdijen. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de tweede schriftelijke vermelding van het dorp Chokier in 1086 betrekking heeft op een ruil van een perceel tussen de collegiale kerk van Saint-Pierre en de abdij van Saint-Jacques in Luik, een perceel dat geschikt was om te worden omgevormd tot wijngaard.
In de 16e eeuw werd het kouder, de rivieren bevroren in de winter en de wijnstokken hadden te lijden onder deze klimaatveranderingen. Tussen 1522 en 1531 zijn er nog 22 contracten met betrekking tot wijngaarden bekend. Ongeveer de helft van de bevolking bestond uit wijnbouwers. Na de oogst brachten zij de opbrengst van hun land naar de wijnpers (stordoir). Een dergelijke activiteit kon de handel en ambachten alleen maar bevorderen. Deze vormden een vrij belangrijk deel van de bevolking, waaronder een brouwer, een exploitant van een wijnpers, een kuipenmaker, een kruidenier, een bakker, een hoefsmid en twee of drie herbergiers. In de 17e eeuw was de wijnbouw nog steeds van belang.
Een belangrijk relikwie van Sint-Vincentius, patroonheilige van de wijnbouwers, wordt bewaard in de kerk van Chokier. Hij stierf in 305 en werd vervolgd in Valencia in Spanje. Hij wordt gevierd op 22 januari, de periode waarin de wijngaarden gesnoeid worden. Zijn stoffelijke resten zouden rond 1710 geschonken zijn door Ferdinant-Maximilien de Berlo, bisschop van Namen en trefoncier van Saint Lambert in Luik.
Tegenwoordig zijn er nog tal van plaatsen die sporen van deze oude activiteit dragen. De naam van het gebied La Crâne verwijst naar de kraan die op de wijnvaten werd geplaatst, terwijl het woord Trokay afkomstig lijkt te zijn van een lokale druivensoort die gekenmerkt werd door kleine trossen met kleine druiven. (Bron: Les coteaux Dame Palate — Commune de Flémalle).